Aanbieding!

Favoriet Jan de Jong. De monografie

Oorspronkelijke prijs was: € 12,95.Huidige prijs is: € 6,47.

Verzending Gratis verzending vanaf € 36,00 Voor bestellingen vanaf dit bedrag
Afrekenen Veilig afrekenen SSL beveiligde betaalpagina
BETAALMETHODEN Betaalmethoden
Artikelnummer: SK0000863-NL20260521-142559 Categorie:

Twee gebonden boeken, elk met stofomslag en leeslint, samengevoegd in een cassette: dat is deze monografie over architect Jan de Jong, een vergeten grootmeester van de Nederlandse bouwkunst.

De Brabantse architect Jan de Jong (1917-2001) was de tovenaarsleerling van monnik-architect dom Hans van der Laan (1904-1991). Deze monnik is nu wereldberoemd om zijn architectuurtheorie op basis van zijn ‘plastische getal’, en vooral om de paar verstilde kloosters die hij bouwde zoals zijn eigen abdij Benedictusberg (1956/67) in Vaals. De Jong was zijn meest briljante en uiterst productieve leerling maar schuwde de publiciteit. Zijn bekendheid kromp tot de selecte kring van mensen die zijn gebouwen kenden.

Deze monografie brengt eerherstel voor Jan de Jong en werpt nieuw licht op dom Hans van der Laan. Diepgaand onderzoek van de auteurs bracht aan het licht dat het vooral Jan de Jong was die het plastische getal tot bloei bracht. Hij paste het toe in baanbrekend moderne architectuur, op een moment dat dom Hans van der Laan zelf nog nauwelijks bouwde. Jan de Jong zou het plastische getal bovendien zijn hele leven trouw blijven en er telkens nieuwe toepassingen voor vinden. De monografie beschrijft het rijke en veelzijdige oeuvre van De Jong dat nu voor het eerst volledig is ontsloten, op een manier die het plastische getal voor iedereen toegankelijk maakt.

De monografie bevat twee gebonden boeken, elk 277 pagina’s. Deze delen zijn doorlopend genummerd maar inhoudelijk complementair.
Deel 1 verhaalt over het leven van De Jong, en alle achtergronden: Een uitgebreide beschrijving hoe Jan de Jong de theorie van dom Hans van der Laan tot zich nam; de herinneringen van ir Wim Ramselaar bi (in de jaren zestig medewerker op het bureau van De Jong) aan Jan de Jong; een reconstructie van de stedenbouwkundige theorie (volgens het plastische getal) waaraan Jan de Jong tot aan zijn dood heeft gewerkt. Lang is gedacht dat zijn theorie onbegrijpelijk, ontoegankelijk en wellicht zelfs onsamenhangend was; de auteurs zijn er in geslaagd uit de vele, vele stapels manuscripten en tekeningen de opvattingen van De Jong op een rij te zetten en ze tonen aan dat diens stedenbouwkundige theorie meer lagen kent en meer belangwekkend is dan tot nu toe werd aangenomen.

Deel 2 toont gedetailleerd een analyse van een rijke selectie van De Jongs belangrijkste werken waarbij zijn toepassing van het plastische getal (ook in de stedenbouw!) wordt uitgelegd; plus een complete werkenlijst; en uitgebreid register op beide delen.

De cassette voegt hieraan nog iets toe. Hierop is De Jongs belangrijkste instrumentarium afgebeeld, zijn ‘spoorboekje’ en zijn ‘stedebouwkundige abacus’, beide met matenreeksen van het plastische getal.