Vanaf 1918 bedacht Le Corbusier, naast architect ook schilder, samen met de schilder Amédée Ozenfant, het purisme. De eerste voortbrengselen daarvan waren schilderijen. Hun bespiegelingen over de relatie tussen vorm en kleur op schilderkunstig gebied leidde tot de vaststelling van het zogenaamde grote gamma: gele en rode okers, aardkleuren, wit, zwart, ultramarijn en enige daarvan afgeleide mengkleuren. Met ‘de architectonische kleur’ doelde Le Corbusier (1887-1965) op de innige band tussen dit gamma en de architectuur.
/ Ook uitgegeven in het Nederlands





